Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
11 oktober 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor mishandeling wegens het geven van een kopstoot aan het slachtoffer in een café te Stroe op 6 oktober 2010. Het hof stelde vast dat de verdachte opzettelijk mishandelend handelde en dat het slachtoffer letsel en pijn had ondervonden.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatiemiddel dat betoogde dat de bewezenverklaring niet kon worden afgeleid uit de bewijsmiddelen, omdat niet was vastgesteld dat het slachtoffer daadwerkelijk letsel had opgelopen. De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van het slachtoffer en getuigen, waarin sprake was van een kopstoot en pijn, maar geen objectief vastgesteld letsel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de zinsnede "letsel heeft bekomen" in de bewezenverklaring had opgenomen zonder dat dit uit de bewijsmiddelen volgde. Hierdoor was het arrest niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep op het punt van het letsel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.