ECLI:NL:HR:2015:526

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 maart 2015
Publicatiedatum
5 maart 2015
Zaaknummer
14/05047
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat

In deze zaak heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Het cassatieverzoekschrift was echter niet ondertekend door een advocaat die is toegelaten tot de Hoge Raad, wat een vereiste is volgens art. 426a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad heeft deze conclusie gevolgd en verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep. Hierdoor komt de Hoge Raad niet inhoudelijk toe aan de beoordeling van de zaak.

Het vonnis is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Snijders, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot op 6 maart 2015. Het arrest bevestigt het belang van de formele vereisten voor cassatieprocedures bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad.

Uitspraak

6 maart 2015
Eerste Kamer
14/05047
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Akkas.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C/15/209963/FT RK 14.9 van de rechtbank Noord-Holland van 19 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak 200.154.798/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 september 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge art. 426a lid 1 Rv moet [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep worden verklaard.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
6 maart 2015.