Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Tenlastelegging en motivering van de gegeven vrijspraak
6.Slotsom
7.Beslissing
17 februari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd vrijgesproken van valsheid in geschrifte met betrekking tot zogenaamde legal opinions en certificates die hij had opgesteld.
Het hof oordeelde dat de legal opinions, ondanks het ontbreken van een cruciaal onderdeel uit de statuten, niet als vals konden worden aangemerkt omdat een passage in de opinies een mogelijk dispuut over de vereiste toestemming van de raad van commissarissen vermeldde. Tevens vond het hof dat verdachte geen opzet had gehad bij het opstellen van de certificates, mede omdat deze door een ander waren ondertekend en er geen bewijs was dat deze persoon opmerkingen had gemaakt over de inhoud.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het opzet van verdachte bij het opstellen van de certificates wordt uitgesloten en dat het oordeel over de legal opinions niet onbegrijpelijk is maar dat de zaak terug moet voor hernieuwde beoordeling. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het gaat om de beslissingen over de tenlastegelegde feiten en wijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het opzet bij valsheid in geschrifte.