Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
22 september 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van de opgeëiste persoon tegen een uitleveringsuitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het hof had de uitlevering voor vier feiten ('count one' tot en met 'count four') toelaatbaar verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de uitlevering is verzocht om vervolging van de opgeëiste persoon voor de vier feiten, en dat dit oordeel feitelijk en niet onbegrijpelijk is. Dit deel van het middel faalt.
Echter, het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat voor het vierde feit (count four) is voldaan aan de eis van het uitleveringsverdrag dat uit het bewijsmateriaal een redelijk vermoeden van schuld voortvloeit. Gezien de stukken is dit oordeel onbegrijpelijk. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden advies voor zover het uitlevering voor het vierde feit toelaatbaar verklaart en verklaart deze uitlevering ontoelaatbaar.
De Hoge Raad verwerpt het beroep voor het overige en doet zelf de zaak af omwille van doelmatigheid.
Uitkomst: De uitlevering voor het vierde feit is ontoelaatbaar verklaard en het beroep voor het overige verworpen.