ECLI:NL:HR:2015:1765

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2015
Publicatiedatum
30 juni 2015
Zaaknummer
14/02148
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

Verdachte, geboren in 1984, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2014 in een strafzaak. Namens verdachte diende mr. R.J. Baumgardt een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering geen nadere motivering nodig was, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.

Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 juni 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

30 juni 2015
Strafkamer
nr. 14/02148
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2014, nummer 22/005433-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2015.