De zaak betreft een ripdeal op 2 april 2011 te Alphen aan den Rijn waarbij verdachte en medeverdachte cocaïne wilden verkopen aan vier anderen. Tijdens de ontmoeting ontstond een worsteling waarna verdachte meerdere keren op de Renault Laguna schoot waarin de vier inzittenden zaten. Twee van hen overleden, twee raakten gewond.
Het hof oordeelde dat de noodweersituatie eindigde toen de inzittenden in de auto stapten en wegreden. Het hof verwierp het verweer dat de auto met gierende banden op verdachte afkwam als onwaarschijnlijk, gesteund door forensisch onderzoek en 3D-reconstructie. De verdachte schoot om de inzittenden tegen te houden die met de cocaïne wegreden.
De verdediging voerde aan dat verdachte handelde uit noodweer, noodweerexces of putatief noodweer vanwege onmiddellijk dreigend gevaar. Het hof verwierp deze verweren omdat de situatie na het wegrijden van de auto geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding meer vormde en geen verschoonbare dwaling aannemelijk was.
De Hoge Raad concludeert dat het middel faalt wegens gebrek aan motiveringstekort en bevestigt de veroordeling tot 21 jaar gevangenisstraf. De strafbaarheid van verdachte wordt niet uitgesloten. De zaak illustreert de strikte toetsing van noodweer in complexe geweldssituaties met meerdere fases.