Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 oktober 2014, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld. Het geschil betrof de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2012 betreffende een onroerende zaak te Beverwijk.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beverwijk diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat deze geen beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer Schaap als voorzitter, met raadsheren Fierstra en Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren op 12 juni 2015.