ECLI:NL:HR:2014:678

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2014
Publicatiedatum
21 maart 2014
Zaaknummer
13/01872
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 133 lid 4 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rolbeschikking en verwerpt cassatieberoep in civiele procedure

In deze civiele procedure heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld tegen rolbeschikkingen van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) over rolbeschikkingen en de gevolgen van het niet-dienen van een akte voor het formuleren van grieven.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Breda en rolbeslissingen van het hof. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Dit arrest bevestigt de rechtspraak dat de verlening van een akte niet-dienen niet belemmert dat appellant grieven formuleert, ook indien sprake is van een incidentele vordering, conform artikel 81 lid 1 RO Pro en artikel 133 lid 4 Rv Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

21 maart 2014
Eerste Kamer
13/01872
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
In de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. M.A.M. Essed,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A. Fruytier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 220930/HA ZA 10-1157 van de rechtbank Breda van 25 augustus 2010, 5 januari 2011 en 1 februari 2012;
b. de rolbeslissingen in de zaak 200.112.511/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 11 december 2012 en 27 december 2012.
De rolbeslissingen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen voornoemde rolbeslissingen van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
21 maart 2014.