ECLI:NL:HR:2014:3589

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2014
Publicatiedatum
11 december 2014
Zaaknummer
14/04021
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake Werkloosheidswet

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Werkloosheidswet. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep en stelt vast dat artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie geen cassatiemogelijkheid biedt tegen uitspraken van de Centrale Raad in deze zaak.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en gaat niet in op de inhoudelijke stukken die belanghebbende heeft ingediend. Tevens is namens belanghebbende een verzoek tot wraking ingediend, dat reeds is afgewezen en waarbij een volgend verzoek niet in behandeling zal worden genomen.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt teruggegeven. Het arrest is uitgesproken op 12 december 2014 door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

12 december 2014
Nr. 14/04021
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 6 augustus 2014, nr. 14/545 WW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. 13/211) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Werkloosheidswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad als de onderhavige.
Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Dit houdt tevens in dat de Hoge Raad niet in zal gaan op nader van belanghebbende ingekomen stukken.
Daarenboven is namens belanghebbende een verzoek om wraking ingediend.
Bij beslissing van 5 december 2014, nr. 14/05387 is het verzoek tot wraking afgewezen. Voorts heeft de Hoge Raad in zijn beslissing bepaald dat een volgend verzoek tot wraking in de onderhavige zaak niet in behandeling wordt genomen.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2014.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 122 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.