Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 26 maart 2013, nr. 11/00215, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2005, waarbij aftrek van kosten voor een werkruimte in de eigen woning werd betwist. Na bezwaar en een uitspraak van de inspecteur die de aanslag verminderde, verklaarde de Rechtbank Leeuwarden het beroep gegrond en verminderde de aanslag verder. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze uitspraak.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep ongegrond te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en wees het cassatieberoep af zonder nadere motivering, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.
De Hoge Raad oordeelde tevens dat er geen grond was voor een veroordeling in proceskosten. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bekrachtigd en bleef de aanslag zoals vastgesteld gehandhaafd.
Deze uitspraak bevestigt de bestaande jurisprudentie omtrent de aftrek van kosten die verband houden met een werkruimte in de eigen woning in het kader van de inkomstenbelasting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof wordt bekrachtigd.