ECLI:NL:HR:2014:343

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2014
Publicatiedatum
17 februari 2014
Zaaknummer
13/02303
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:16 Wet IB 2001Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 93 GrondwetArt. 94 GrondwetArt. 120 Grondwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak aftrek werkruimtekosten eigen woning

Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2005, waarbij aftrek van kosten voor een werkruimte in de eigen woning werd betwist. Na bezwaar en een uitspraak van de inspecteur die de aanslag verminderde, verklaarde de Rechtbank Leeuwarden het beroep gegrond en verminderde de aanslag verder. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze uitspraak.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep ongegrond te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en wees het cassatieberoep af zonder nadere motivering, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.

De Hoge Raad oordeelde tevens dat er geen grond was voor een veroordeling in proceskosten. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bekrachtigd en bleef de aanslag zoals vastgesteld gehandhaafd.

Deze uitspraak bevestigt de bestaande jurisprudentie omtrent de aftrek van kosten die verband houden met een werkruimte in de eigen woning in het kader van de inkomstenbelasting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

21 februari 2014
nr. 13/02303
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 26 maart 2013, nr. 11/00215, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.
De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 09/2007) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verder verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ‘s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 17 december 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

3.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2014.