Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 21 februari 2014, nr. 13/05583, ECLI:NL:HR:2014:407.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij brief van 25 februari 2014 een verzoek tot herziening ingediend van het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2014, waarin zijn eerdere verzoek tot herziening van een arrest van 8 november 2013 niet-ontvankelijk was verklaard. De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het geen zin heeft om herziening te verzoeken van een uitspraak die is gedaan op een verzoek tot herziening.
De Hoge Raad oordeelt dat een dergelijk verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Daarnaast acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. De beslissing is genomen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.