Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:1311

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2014
Publicatiedatum
5 juni 2014
Zaaknummer
13/05540
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Nederland betreffende een naheffingsaanslag loonheffingen over het jaar 2008 behandeld.

De Hoge Raad ontving het cassatieberoep en de verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën. Bij de beoordeling van de klachten stelde de Hoge Raad vast dat deze niet konden leiden tot cassatie. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde dit geen nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad besloot dat er geen aanleiding was om proceskosten toe te wijzen. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Feteris als voorzitter en raadsheren Van Loon en Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren, op 6 juni 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

6 juni 2014
Nr. 13/05540
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 15 oktober 2013, nr. 13/00276, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Nederland (nr. AWB 12/1339) betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 opgelegde naheffingsaanslag in de loonheffingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.