Uitspraak
gevestigd te Culemborg,
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 april 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte centraal, waarbij de verhuurder, Aldi Vastgoed B.V., de overeenkomst wilde beëindigen wegens dringend eigen gebruik op grond van artikel 7:296 lid 1 onder Pro b BW. De redelijke belangenafweging en de wachttijd zoals bedoeld in artikel 7:296 lid 2 en Pro 3 BW waren onderwerp van discussie.
De kantonrechter en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch hadden eerder arresten gewezen waarbij het hof een einddatum van de huurovereenkomst had vastgesteld op 1 januari 2014. Aldi stelde cassatieberoep in tegen deze arresten, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden en bepaalde een nieuwe datum voor het einde van de huurovereenkomst.
De Hoge Raad wijzigde de einddatum van de huurovereenkomst van 1 januari 2014 naar 1 augustus 2014. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Aldi in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de eerdere uitspraak van het hof bekrachtigd, met uitzondering van de aangepaste einddatum.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Aldi wordt verworpen en de einddatum van de huurovereenkomst wordt gewijzigd naar 1 augustus 2014.