ECLI:NL:HR:2013:CA2925
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek om partneralimentatie na verbroken samenwoning afgewezen in cassatie
De zaak betreft een verzoek om partneralimentatie na het beëindigen van een samenwoning tussen de vrouw en de man. De rechtbank 's-Gravenhage had eerder beschikkingen gegeven in deze zaak, gevolgd door een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage die de vrouw betwistte door middel van een cassatieberoep bij de Hoge Raad.
De vrouw, wonende te een woonplaats, stelde het cassatieberoep in, terwijl de man niet is verschenen in cassatie en geen verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de vrouw reageerde.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen, de beschikking van het gerechtshof blijft van kracht.