ECLI:NL:PHR:2013:CA2925
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen onderhoudsplicht na verbroken samenwoning zonder geregistreerd partnerschap
De vrouw en de man hadden een relatie en hebben samengewoond zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. Uit deze relatie zijn twee minderjarige kinderen geboren, waarvan de man één heeft erkend. Na circa twee jaar is de relatie beëindigd. De vrouw verzocht de rechtbank om vast te stellen dat de man onderhoudsplichtig is jegens haar, op grond van een stilzwijgende overeenkomst of natuurlijke verbintenis, en stelde tevens dat de man een onrechtmatige daad pleegde door haar ontijdig te verlaten.
De rechtbank wees het verzoek af omdat geen wettelijke onderhoudsplicht bestond, geen natuurlijke verbintenis kon worden vastgesteld en geen onrechtmatig handelen van de man was gebleken. Het hof bekrachtigde dit oordeel en voegde toe dat het feitelijk samenwonen geen contractuele rechten of verplichtingen creëert, en dat de gestelde omstandigheden onvoldoende waren om een dringende morele verplichting tot onderhoud aan te nemen. Ook het beroep op een onrechtmatige daad faalde omdat het verbreken van de relatie niet per definitie onrechtmatig is.
In cassatie werd het oordeel van het hof bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het bewijs en de feiten op juiste wijze had beoordeeld en dat de klachten van de vrouw onvoldoende waren gemotiveerd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat er geen onderhoudsplicht of onrechtmatige daad was vastgesteld na de verbroken samenwoning zonder geregistreerd partnerschap.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de man na beëindiging van de niet-geregistreerde samenwoning geen onderhoudsplicht heeft jegens de vrouw.