ECLI:NL:HR:2013:CA1744

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/04245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijsopdracht omtrent partijbedoeling opstalrecht

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseres verworpen. Het geschil betrof de uitleg en bewijsopdracht omtrent de partijbedoeling met betrekking tot de duur van een opstalrecht. De zaak bouwt voort op eerdere arresten, waaronder het arrest van 22 oktober 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BM8933) en arresten van het gerechtshof Amsterdam uit 2011 en 2012.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere arresten en bevestigt dat de bewijsopdracht ten aanzien van de partijbedoeling correct is toegepast. De klachten van eiseres in cassatie leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad veroordeelt eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een van hen op 12 juli 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de bewijsopdracht omtrent de partijbedoeling bevestigd.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04245
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1.Het geding

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
het arrest in de zaak 08/05108, LJN BM8933, NJ 2011/111 van de Hoge Raad van 22 oktober 2010;
de arresten in de zaak 200.078.452/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 18 oktober 2011 en 29 mei 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. D. Vlasblom, advocaat te Amsterdam
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.