ECLI:NL:HR:2013:BZ7152
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart OM niet-ontvankelijk bij teelt van vijf hennepplanten ondanks omvangrijke opbrengst
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over de teelt van hennepplanten door verdachte in zijn woning en tuin te Woudrichem. Verdachte werd vervolgd voor het opzettelijk aanwezig hebben van vijf grote hennepplanten en circa 155 stekjes hennep.
Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk en oordeelde dat het gedoogbeleid niet van toepassing was omdat de omvang en opbrengst van de planten de geringe hoeveelheid voor eigen gebruik ruimschoots overschreed. De stekjes werden niet als hennepstekjes in de zin van de Opiumwet beschouwd.
De Hoge Raad stelt dat de Aanwijzing Opiumwet van 6 februari 2002 moet worden uitgelegd dat bij teelt van niet meer dan vijf hennepplanten, ongeacht de opbrengst, politiesepot geldt tenzij bijzondere omstandigheden door het OM worden gesteld en bewezen. Het hof heeft dit onjuist beoordeeld en onvoldoende gemotiveerd. Daarom verklaart de Hoge Raad het OM niet-ontvankelijk in de vervolging en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van een opgelegde werkstraf af.
De Hoge Raad handelt de zaak zelf af omwille van doelmatigheid en vernietigt het bestreden arrest behoudens de vrijspraak van verdachte. De uitspraak bevestigt dat het gedoogbeleid ook geldt bij grote opbrengst van maximaal vijf hennepplanten, mits geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging en de vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen.