ECLI:NL:HR:2013:BY6057
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing Leidraad administratieve boeten 1984 bij navorderingsaanslagen vóór 1993
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, met daarbij verhogingen en boeten. Het Hof vernietigde de uitspraken van de Inspecteur deels, schold bepaalde verhogingen kwijt en verminderde boetebeschikkingen en heffingsrente. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de juiste regeling voor strafverzwarende omstandigheden bij boeten opgelegd na 1 januari 1993. De Staatssecretaris stelde dat het Voorschrift administratieve boeten 1993 (VAB 1993) van toepassing was, terwijl het Hof de Leidraad administratieve boeten 1984 (LAB 1984) toepaste vanwege het feit dat de aangiften vóór 1993 waren gedaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht de LAB 1984 toepaste, omdat het overgangsrecht van het VAB 1993 niet van toepassing is op navorderingsaanslagen met aangiften vóór 1993. Dit is in overeenstemming met artikel 7 EVRM Pro, dat hogere boetes dan ten tijde van het beboetbare feit verbiedt. Verder verwierp de Hoge Raad het argument dat de boetes berekend moesten worden op basis van een percentage van de verschuldigde belasting.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en veroordeelde hem in de proceskosten. Het arrest bevestigt de rechtszekerheid en juiste toepassing van overgangsrecht bij belastingboeten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.