Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
17 september 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor het bezit van kinderporno. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de strafoplegging, met vermindering van de straf.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, behalve dat de redelijke termijn was overschreden zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de gevangenisstraf die eerder was opgelegd: van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, werd deze teruggebracht tot acht maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd de straf verminderd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, zonder inhoudelijke herbeoordeling van de schuldvraag.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd ambtshalve verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.