Belanghebbende had beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en aanverwante beschikkingen over de jaren 1990-1999. Het hof had deze deels gegrond verklaard en deels vernietigd. De Hoge Raad vernietigde in 2011 het hofarrest voor een deel en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Belanghebbende verzocht vervolgens om herziening van de oorspronkelijke uitspraak. Het hof verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat de oorspronkelijke uitspraak nog niet onherroepelijk zou zijn. De Hoge Raad oordeelt echter dat de uitspraak onherroepelijk is geworden voor zover deze in cassatie in stand is gebleven, namelijk voor de navorderingsaanslagen en heffingsrente.
Daarom had het hof het herzieningsverzoek voor die besluiten in behandeling moeten nemen. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling van het herzieningsverzoek. Tevens worden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.