ECLI:NL:HR:2004:AR7765
Hoge Raad
- Herziening
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot behandeling van verzoek tot herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak
Belanghebbende heeft bij het Hof een verzoek tot herziening ingediend van een onherroepelijke uitspraak van het Hof in een bestuursrechtelijke belastingzaak. Het Hof meende niet bevoegd te zijn dit verzoek te behandelen en zond het verzoek door naar de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek tot herziening volgens artikel 8:88 Awb Pro moet worden ingediend bij het rechtscollege dat de uitspraak heeft gedaan waarvan herziening wordt verzocht, in dit geval het Hof.
De Hoge Raad benadrukt dat de herzieningsmogelijkheid bedoeld is om binnen de grenzen van artikel 8:88 Awb Pro onjuiste beslissingen die berusten op een ondeugdelijke feitelijke grondslag te herstellen. Indien herziening slechts mogelijk zou zijn bij de Hoge Raad, zou dit niet verenigbaar zijn met de strekking van de wet, omdat de Hoge Raad slechts een beperkte toetsing uitvoert.
De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd om op het verzoek te beslissen en zendt het verzoek terug naar het Hof voor behandeling en beslissing. Tevens wordt vastgesteld dat er geen aanleiding is tot veroordeling in proceskosten. Het griffierecht is voldaan door de behandeling van het verzoek door het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd en zendt het verzoek tot herziening terug naar het Hof voor behandeling.