Uitspraak
[klaagster 2], gevestigd te [vestigingsplaats].
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
5 november 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Officier van Justitie beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Groningen, waarin het verzoek om verlof tot overdracht van inbeslaggenomen stukken aan de Russische autoriteiten werd afgewezen. De rechtbank had het klaagschrift betreffende de inbeslaggenomen stukken gegrond verklaard en het gebruik van de inhoud van deze stukken verboden.
De Hoge Raad heeft bij een gelijktijdig uitgesproken beschikking (ECLI:NL:HR:2013:1109) de beschikking van de rechtbank betreffende het klaagschrift vernietigd omdat het oordeel van de rechtbank dat het beklag gegrond moest worden verklaard niet begrijpelijk was. Hierdoor is de grondslag van de bestreden beschikking komen te vervallen.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel van cassatie doel treft en vernietigt de bestreden beschikking. Vervolgens wijst de Hoge Raad de zaak terug naar de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Groningen, met het bevel de zaak opnieuw te behandelen en af te doen.
De raadsheren en de vice-president hebben deze beslissing in een openbare terechtzitting uitgesproken op 5 november 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling.