ECLI:NL:HR:2012:BX9968
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest Hoge Raad betreffende verwijzing in rov. 3.8 van arrest van 21 september 2012
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 21 september 2012 een arrest gewezen waarin in rov. 3.8 abusievelijk een verkeerde verwijzing was opgenomen bij de verwerping van klachten van onderdelen 2.3 tot en met 2.5. Deze klachten werden onjuist gekoppeld aan de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.27-3.31.
Op 12 oktober 2012 heeft de Hoge Raad dit arrest hersteld door rov. 3.8 te verbeteren. De verbetering houdt in dat de klachten van onderdelen 2.1 en 2.2 worden afgewezen op de gronden vermeld onder 3.27-3.28 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, terwijl de afdoening van de onderdelen 2.3 tot en met 2.5 wordt begrepen onder het overwogene in rov. 3.11.
Dit herstelarrest is in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven en gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter, samen met de vice-president F.B. Bakels en raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion en M.V. Polak.
De zaak betreft een cassatieprocedure tussen de Staat der Nederlanden als eiser en een moeder als verweerster in cassatie, handelend namens haar minderjarige kinderen. Het arrest betreft een technische correctie van een eerdere uitspraak zonder inhoudelijke wijziging van het oordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad heeft rov. 3.8 van het arrest van 21 september 2012 verbeterd en deze verbetering vastgesteld.