ECLI:NL:HR:2012:BX5154
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van getuigenverzoek en einduitspraak bij niet-verschijnen getuige in cassatie
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. De betrokkene stelde in cassatie bezwaar tegen het oordeel van het hof dat einduitspraak kon worden gedaan ondanks het niet verschijnen van een op verzoek van de verdediging opgeroepen getuige.
Het hof had op verzoek van de verdediging de getuige opgeroepen, maar deze verscheen niet op de zitting. Het hof besloot vervolgens, met toestemming van de Advocaat-Generaal, af te zien van hernieuwde oproeping. De Hoge Raad overwoog dat het hof ook zonder toestemming van betrokkene op grond van artikel 331, tweede lid, Sv kon besluiten geen hernieuwde oproeping te gelasten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De overige middelen werden niet nader behandeld omdat zij geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 2 oktober 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.