ECLI:NL:HR:2012:BX0892
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over redelijke schatting, boetebeoordeling en proceskostenvergoeding bij voeging van zaken in belastingnavorderingen
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, inclusief boeten en heffingsrente. Na bezwaar en beroep vernietigde het hof enkele boeten en verhogingen gedeeltelijk, maar handhaafde andere sancties. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, terwijl de Staatssecretaris van Financiën incidenteel cassatie instelde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de redelijke schatting niet correct had toegepast, met name de 95%-norm en factor 1,5, en dat het hof miskenning had gemaakt van eerdere jurisprudentie betreffende boetebeoordeling. Tevens stelde de Hoge Raad dat bij voeging van zaken de proceskostenvergoeding per afzonderlijke zaak moet worden toegekend, tenzij sprake is van samenhangende zaken die als één zaak worden beschouwd.
De Hoge Raad verklaarde het incidentele cassatieberoep ongegrond, het principale beroep gegrond, vernietigde het hofarrest behalve het griffierecht, en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris en de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de Staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.