ECLI:NL:HR:2012:BV9062
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens geweldpleging ondanks beroep op noodweerexces
Op 15 juni 2007 pleegde de verdachte samen met anderen geweld tegen een persoon door te slaan en te trappen, hetgeen door het hof bewezen werd verklaard. De verdachte stapte ongevraagd in de auto van het slachtoffer en diens gezelschap, gaf instructies aan de bestuurder waar te rijden en waar te stoppen, waarna de broer van de verdachte en een ander de aangevallen persoon sloegen en trapten. De verdachte verhinderde dat de bestuurder uit de auto stapte om te helpen en sloeg deze ook.
De verdediging voerde noodweerexces aan, stellende dat de verdachte handelde om zijn broer te beschermen tegen een bedreiging met een mes. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte de confrontatie had gezocht, wat het beroep op noodweer uitsluit. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist gemotiveerd was.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof naliet een beslissing te nemen op de vordering van de benadeelde partij, die in hoger beroep haar vordering had gehandhaafd. Dit is een schending van art. 335 en Pro 361 lid 4 jo. art. 415 Sv Pro, waardoor het arrest voor dat onderdeel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor het overige en bevestigde daarmee de bewezenverklaring en het oordeel over noodweerexces. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 17 april 2012.
Uitkomst: Het beroep op noodweerexces faalt omdat de verdachte de confrontatie heeft gezocht; het arrest wordt vernietigd voor het ontbreken van een beslissing op de vordering van de benadeelde partij en terugverwezen.