ECLI:NL:HR:2012:BV2361

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02050
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:397 lid 1 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in echtscheidingszaak over alimentatie

In deze zaak stond een echtscheiding centraal waarbij alimentatie werd geëist. De man was verzoeker tot cassatie en de vrouw verweerder in het incidenteel cassatieberoep. De feiten en eerdere beslissingen van de rechtbank Maastricht en het gerechtshof 's-Hertogenbosch betroffen de vaststelling van alimentatie op basis van behoefte en draagkracht.

Beide partijen hebben cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het beroep van beide partijen verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De beschikking van de Hoge Raad werd op 6 april 2012 in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven, met F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion als medeondertekenaars.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep in de echtscheidingszaak over alimentatie.

Uitspraak

6 april 2012
Eerste Kamer
11/02050
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. E.C.M. Hurkens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 137694/S RK 09-171 van de rechtbank Maastricht van 7 april 2010;
b. de beschikking in de zaak HV 200.069.658/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 februari 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 10 februari 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 6 april 2012.