ECLI:NL:HR:2012:BP6660
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing landbouwvrijstelling en gelijkheidsbeginsel bij heretikettering woning in agrarisch bedrijf
Belanghebbende, samen met zijn broer en vader, dreef in 2002 een agrarische onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma. Op 1 maart 2002 verkocht de vof een perceel cultuurgrond aan de broer van belanghebbende, die daarop een woning wilde bouwen. In de aangiften inkomstenbelasting voor 2002 deden belanghebbende en zijn familie een beroep op de landbouwvrijstelling voor de boekwinst op het perceel. De Inspecteur legde aan belanghebbende een aanslag op zonder toepassing van de landbouwvrijstelling, terwijl de broer en vader aanslagen kregen met toepassing van deze vrijstelling.
De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslagen, maar het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en wees het beroep deels af. Het geschil betrof vooral de toepassing van de meerderheidsregel en het gelijkheidsbeginsel op grond van het Besluit van 8 maart 2006, dat agrarische ondernemers de mogelijkheid bood om woningen binnen het ondernemingsvermogen te heretiketteren naar privévermogen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte het beroep op het gelijkheidsbeginsel had verworpen. Het Besluit maakt het mogelijk dat agrarische ondernemers gelijk behandeld worden als zij uiterlijk 31 december 2005 de woning naar het privévermogen hebben overgebracht. De Hoge Raad bevestigde dat de landbouwvrijstelling op het verschil tussen de waarde van cultuurgrond en bouwgrond moet worden toegepast en vernietigde het arrest van het Hof. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd en de Staat werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank waarbij de landbouwvrijstelling wordt toegepast op grond van het gelijkheidsbeginsel.