ECLI:NL:HR:2011:BS1687
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Geen niet-ontvankelijkheid bij niet-tijdige afboeking griffierecht door griffier Hoge Raad
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van een cassatieberoep centraal vanwege een niet tijdige betaling van het griffierecht. Verzoekster tot cassatie, PPC, had het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het verzoekschrift voldaan. Dit was het gevolg van een niet tijdige afboeking van het griffierecht van de rekening-courant van het advocatenkantoor bij de griffier van de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelde vast dat PPC alle nodige stappen had ondernomen om tijdige betaling te waarborgen, waaronder het verzoek aan de griffier om het griffierecht via de rekening-courant te verrekenen. De vertraging was toe te rekenen aan de griffier zelf. Daarom was toepassing van artikel 282a lid 2 Rv, dat niet-ontvankelijkheid bij niet tijdige betaling voorschrijft, niet aan de orde.
De Hoge Raad verwierp het beroep op onbillijkheid van overwegende aard (artikel 282a lid 4 Rv) als niet nodig en verklaarde het cassatieberoep ontvankelijk. De zaak werd verwezen naar de rol voor nadere schriftelijke toelichting van partijen.
Deze uitspraak benadrukt dat de Hoge Raad terughoudend is met het niet-ontvankelijk verklaren van cassatieberoepen wanneer de niet tijdige betaling van griffierechten aan fouten van de griffier zijn toe te rekenen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ontvankelijk verklaard ondanks niet-tijdige afboeking van griffierecht door griffier.