ECLI:NL:HR:2011:BR4862
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake navorderingsaanslagen en boeten buitenlandse tegoeden
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1990 tot en met 1999 vanwege niet opgegeven buitenlandse tegoeden bij de Kredietbank Luxembourg. De Inspecteur legde daarnaast boeten en heffingsrente op. Het Hof vernietigde de aanslagen en boeten deels en mat deze naar beneden, maar verklaarde de beroepen van belanghebbende slechts gedeeltelijk gegrond.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de beoordeling van de boeten en verhogingen niet in lijn had gebracht met het arrest van 15 april 2011, waarin de modelmatige correcties en de beoordeling van de boeten nader waren toegelicht. De Hoge Raad bevestigde het oordeel over de rekeninghouderschap en verwierp andere middelen die niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het betrekking had op de verhogingen over 1990 tot en met 1997 en de boeten over 1998 en 1999, en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de verhogingen en boeten over bepaalde jaren en de zaak wordt verwezen voor herbeoordeling.