ECLI:NL:HR:2011:BQ7308
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ontslag curator in faillissement afgewezen door Hoge Raad
In deze zaak stond het verzoek tot ontslag van de curator in een faillissement centraal. Na eerdere procedures, waaronder een arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2009, werd het geding voortgezet met een beschikking van het hof en een daarop volgend cassatieberoep door schuldeisers.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen en stukken, waaronder de beschikking van het hof en de rechtbank. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, omdat de aangevoerde middelen niet slaagden.
De Hoge Raad wees een brief van de schuldeisers terzijde omdat deze te laat was ingediend. Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat de klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De uitspraak bevestigt daarmee de voortzetting van het faillissementsgeding met de curator in functie en sluit het cassatieberoep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het verzoek tot ontslag van de curator wordt verworpen en het geding wordt voortgezet.