ECLI:NL:HR:2011:BQ7308

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04018
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 44 lid 3 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag curator in faillissement afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond het verzoek tot ontslag van de curator in een faillissement centraal. Na eerdere procedures, waaronder een arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2009, werd het geding voortgezet met een beschikking van het hof en een daarop volgend cassatieberoep door schuldeisers.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen en stukken, waaronder de beschikking van het hof en de rechtbank. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, omdat de aangevoerde middelen niet slaagden.

De Hoge Raad wees een brief van de schuldeisers terzijde omdat deze te laat was ingediend. Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat de klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De uitspraak bevestigt daarmee de voortzetting van het faillissementsgeding met de curator in functie en sluit het cassatieberoep af.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het verzoek tot ontslag van de curator wordt verworpen en het geding wordt voortgezet.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/04018
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
3. KALKHOVEN ELEKTROTECHNIEK B.V.,
gevestigd te Zeist,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. F.J.H. SOMERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verweerder],
kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen,
e n t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de schuldeisers, gefailleerde en de curator.
1. Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 08/03706, LJN: BJ7318, NJ 2009/517 van de Hoge Raad van 16 oktober 2009;
b. de beschikking in de zaak 08/14 F van de rechtbank 's-Gravenhage van 10 juni 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de schuldeisers beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De gefailleerde heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping nu geen van de aangevoerde cassatiemiddelen doel treft.
De advocaat van de schuldeisers heeft bij brief van 6 juni 2011 op die conclusie gereageerd. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv Pro., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.