1.4 Bij (fax)brief d.d. 23 oktober 2009 heeft [verweerder] - naar mag worden aangenomen nog steeds handelende uit naam van verzoekers tot cassatie - de rechtbank 's-Gravenhage verzocht het geding op zo kort mogelijke termijn weer op de rol te plaatsen ter verdere behandeling en beslissing. Daarna heeft zich, hierna slechts in hoofdzaak en verkort weergegeven, het volgende voorgedaan((1)):
(i) bij brief van 5 november 2009 heeft [verweerder] aan de rechtbank het verzoek gedaan om eerst een achttal getuigen te horen alvorens de zaak op de rol te plaatsen;
(ii) bij brief van 7 december 2009 is aan [verweerder] bericht dat het ontslagverzoek op 28 januari 2010 zal worden behandeld. Bovendien wordt naar aanleiding van het verzoek tot het horen van getuigen meegedeeld dat tot het horen van de acht getuigen zal worden overgegaan, voor zover de betrokken rechter - mr. Punt - dat relevant lijkt. Om dat te kunnen vaststellen wordt [verweerder] verzocht van de acht personen gebundeld een schriftelijke verklaring in te zenden.
(iii) Naar aanleiding van een verzoek op 14 januari 2010 van [verweerder] om de zitting van 28 januari 2010 aan te houden ten einde eerst de acht getuigen te horen, wordt hem namens mr. Punt op 19 januari 2010 bericht dat de zitting doorgang zal vinden. Dit gaat vergezeld van een uiteenzetting over de redenen waarom verzocht is om eerst een schriftelijke verklaring van de acht getuigen in te zenden. Het verzoek van 5 november 2009 maakt nl. onvoldoende duidelijk welke feiten te bewijzen worden aangeboden.
(iv) In de loop van de mondelinge behandeling op 28 januari 2010 gaat [verweerder] als gemachtigde van de aanvragers van het ontslag van de Curator over tot wraking van mr. Punt. De mondelinge behandeling is daarop geschorst.
(v) Na afwijzing van het wrakingsverzoek bij beschikking van 12 april 2010 is [verweerder] op 21 april 2010 (document 22 uit de inventarislijst procesdossier) opgeroepen voor voortzetting van de mondelinge behandeling op 18 mei 2010 van het ontslagverzoek. Naar aanleiding van een brief van [verweerder] van 22 april 2010 (document 23 uit de inventarislijst proces-dossier) is hem bij brief van 23 april 2010 (document 24 uit de inventarislijst procesdossier) bericht dat de zitting is verplaatst naar 2 juni 2010. In deze brief wordt tevens meegedeeld dat op die zitting zowel het ontslagverzoek als het verzoek om acht getuigen te horen zal worden behandeld.
(vi) Naar aanleiding van een verzoek van [verweerder] op 19 mei 2010 om de zitting van 2 juni 2010 geen doorgang te laten vinden (document 27 uit de inventarislijst procesdossier), is hem vanuit de sector civiel van de rechtbank op 1 juni 2010 (document 32 uit de inventarislijst procesdossier) bericht dat daarvoor geen grond aanwezig is. Op dezelfde dag nog heeft [verweerder] mede per fax aan de rechtbank laten weten opnieuw mr. Punt te hebben gewraakt en dat hij vanwege de aan de wraking verbonden schorsende werking niet op de zitting van 2 juni 2010 aanwezig zal zijn (document 34 uit de inventarislijst procesdossier).
(vii) [Verweerder] is zowel bij gewone brief als per fax opgeroepen om op 2 juni 2010 om 14.00 uur te verschijnen ter zitting van de wrakingskamer. [verweerder] heeft de fax ontvangen (onbestreden vaststelling van de rechtbank in haar beschikking d.d. 10 juni 2010, sub 18). In die fax is [verweerder] ook meegedeeld dat, indien het wrakingsverzoek op de zitting wordt afgewezen, aansluitend zal worden overgegaan tot behandeling van het ontslagverzoek.
(viii) Op de op 2 juni 2010 eerst gehouden wrakingszitting is het wrakingsverzoek mondeling afgewezen. In aansluiting daarop heeft de zitting ter behandeling van het ontslagverzoek en het verzoek tot het horen van de acht getuigen plaatsgevonden. Bij beide zittingen was [verweerder] niet aanwezig.
(ix) Bij beschikking van 10 juni 2010 heeft de rechtbank zowel het ontslagverzoek als het verzoek tot het horen van de acht getuigen afgewezen.