Uitspraak
14 november 2012, 10 december 2012, 17 december 2012, 18 december 2012, 11 januari 2013, 30 januari 2013, 13 september 2013, 20 september 2013, 22 oktober 2013, 24 oktober 2013, 3 december 2013, 5 december 2013, 12 december 2013, 23 januari 2013, 31 januari 2014, 3 februari 2014, 11 februari 2014, 20 maart 2014, 3 juni 2014, 5 juni 2014, 16 september 2014, 18 september 2014, 24 september 2014, 10 oktober 2014, 21 oktober 2014, 8 december 2014, 10 december 2014, 16 februari 2015, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv), het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.
- zogeheten bouwclaims. Deze bouwclaims waren, volgens de verdachte, niet meer dan onjuiste titels om geldbedragen te kunnen overmaken naar partijen die een winstdeel, onder de noemer ‘bouwclaim’, claimden en die hun bestemming bereikten via tussenpersonen. Zo was bij Eurocenter sprake van een groot gat tussen de kostprijs en de verkoopprijs en het geld dat daar tussen lag is gewoon verdeeld (verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 12 mei 2011 (p. 6) en 16 mei 2011 (p. 17) en van 8 juli 2011 in de zaak van de [medeverdachte 9] (p. 7)); en
- betalingen waarmee iemand werd afgekocht of omgekocht (verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 12 mei 2011 (p. 6, 7, 16 en 20) en 13 mei 2011 (p. 3) en 24 juni 2011 in de zaak van de [medeverdachte 8] (p. 10).
1.BESCHRIJVING VAN DE CLIËNT
5.INTERNE CONTROLE OMGEVING BVO EN BVO CV
- dat [rechtspersoon 1] en/of de nog op te richten [rechtspersoon 5] het project "Werken aan de Maas" (ook bekend onder de projectnaam "Solaris") tegen een vergoeding van FL.127.500.000, waarin alle met het project gemoeide kosten zijn begrepen, overeenkomstig een aan die turnkey-overeenkomst gehechte stichtingskostenbegroting, "turnkey" zal opleveren aan Bouwfonds Vastgoedontwikkeling CV, en
- een vermeende bouwclaim d.d. 3 november 1999 van [rechtspersoon 6] (D-2409), en
- die turnkey-overeenkomst gedateerd op 8 oktober 1999,
- in werkelijkheid een aanzienlijk deel van genoemd overeengekomen bedrag van f 127.500.000 niet ter beschikking van [rechtspersoon 1] en/of de nog op te richten [rechtspersoon 5] zou komen of blijven, doch dat daarmee in opdracht van verdachte en [medeverdachte 4] in de overeenkomst verzwegen betalingen aan derden moesten worden gedaan, en
- die vermeende bouwclaim van [rechtspersoon 6] in het geheel niet bestond, en
- die turnkey-overeenkomst geantedateerd was,
7.PRIMAIR:
- een valse overeenkomst inzake verkoop rechten uit de optieovereenkomst van de stationslocatie aan het plein van de Verenigde Naties te Zoetermeer (D-0003) en een valse winstdelingsovereenkomst gesloten tussen [rechtspersoon 3] en [rechtspersoon 1] (D-0091);
- een valse turnkey-overeenkomst (D-0006) en een valse ontwikkelingsovereenkomst gesloten tussen [rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 3] (D-0010) en een valse ontwikkelingsovereenkomst gesloten tussen [rechtspersoon 7] en [rechtspersoon 3] (D-1217) en een valse winstdelingsovereenkomst gesloten tussen [rechtspersoon 7] en [rechtspersoon 3] (D-0018) en een valse brief van [rechtspersoon 8] aan [rechtspersoon 5] (D-0282) en een valse brief van [rechtspersoon 5] aan [rechtspersoon 8] (D-1229) en een valse brief van [rechtspersoon 9] aan [rechtspersoon 5] (D-0277) en een valse brief van [rechtspersoon 5] aan [rechtspersoon 9] (D-1242) en dertien valse facturen van [rechtspersoon 9] en [rechtspersoon 10] en [rechtspersoon 8] aan [rechtspersoon 5] (exclusief btw) (D-1245 en D-1245-1 en D-1245-2 en D-1231 en D-1231-1 en D-1231-2 en D-1246-1 en D-1246-2 en D-1246-3 en D-1247-1 en D-1247-2 en D-1248-1 en D-1248-2); en
- een valse overeenkomst inzake de ontwikkeling van de Luxorlocatie te Rotterdam (D-0002) en een valse winstdelingsovereenkomst gesloten tussen [rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 3] (D-0007),
- een valse aannemingsovereenkomst gesloten tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV en [rechtspersoon 6] (D-1069); en
- vier valse facturen van [rechtspersoon 6] gericht aan Bouwfonds Ontwikkeling BV (D-1093 en D-1095 en D-1096 en D-1097),
- een valse brief van aan [rechtspersoon 10] gericht aan [rechtspersoon 6] (D-1627); en
- een valse factuur van [rechtspersoon 10] aan [rechtspersoon 6] ten bedrage van circa Euro 125.000 (exclusief btw) (D-1071); en
- een valse factuur van [rechtspersoon 10] aan [rechtspersoon 6] ten bedrage van circa Euro 125.000 (exclusief btw) (D-1070), en
- twee valse brieven van [medeverdachte 15] gericht aan [rechtspersoon 6] (D-3749 en D-3750);
- en twee valse facturen [medeverdachte 15] aan [rechtspersoon 6] ten bedrage van in totaal circa Euro 300.000 (exclusief btw) (D-1256 en D-1255),
- een valse deelopdracht van [rechtspersoon 12] aan [medeverdachte 15] (D-1160); en
- drie valse facturen van [medeverdachte 15] aan [rechtspersoon 12] ten bedrage van in totaal circa Euro 1.360.000 (exclusief btw) (D-3713); en
- een valse brief van [rechtspersoon 12] gericht aan [medeverdachte 15] (D-2529); en
- een valse factuur van [medeverdachte 15] ten bedrage van circa Euro 400.000 (D-3747-1); en
- drie valse facturen van [medeverdachte 15] aan Bouwfonds Ontwikkeling BV ten bedrage van in totaal circa 565.000 (exclusief btw) (D-1225 en D-1226 en D-1227); en door
- twee valse facturen van [medeverdachte 15] aan [rechtspersoon 11] ten bedrage van in totaal circa Euro 280.380 (exclusief btw) (D-1282 en D-1284),
- een valse brief van [rechtspersoon 13] gericht aan [rechtspersoon 14] (D-3734); en
- vijf valse facturen van [rechtspersoon 13] aan [medeverdachte 15] ten bedrage van in totaal circa $1.240.120 (exclusief btw) (D-3741-1/5 en D-3741-2/5 en D-3741-3/5 en D-3741-4/5 en D-3741-5/5); en op basis van
- een valse overeenkomst gesloten tussen [rechtspersoon 15] [medeverdachte 15] (D-3733); en
- tien valse facturen van [rechtspersoon 15] [medeverdachte 15] ten bedrage van in totaal circa $2.236.765 (exclusief btw) (D-3699-1 en D-3699-2 en D-3699-3 en D-3699-5 en D-3699-6 en D-3699-7 en D-3699-8 en D-3699-9 en D-3818 en D-3819),
7 (zeven) jarenpassend en geboden.
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.
mr. R. Cozijnsen en mr. M.E. Olthof, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2015.