ECLI:NL:HR:2011:BO8000
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad past aftrek voorarrest toe bij tenuitvoerlegging gevangenisstraf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De verdachte had gedurende een periode in verzekering doorgebracht voordat de straf ten uitvoer werd gelegd.
De advocaat-generaal concludeerde dat het hof onterecht geen rekening had gehouden met de tijd die de verdachte in verzekering had doorgebracht, zoals voorgeschreven in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze wettelijke bepaling had moeten toepassen en vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het verzuimd had de voorarresttijd in mindering te brengen.
De Hoge Raad beval dat de tijd die de verdachte in verzekering had doorgebracht, in mindering moest worden gebracht op de opgelegde gevangenisstraf. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Hiermee werd het arrest van het hof hersteld met inachtneming van de aftrek van de voorarresttijd.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht op de opgelegde gevangenisstraf.