ECLI:NL:PHR:2011:BO8000

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01883
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad corrigeert aftrek voorarrest bij medeplegen zware mishandeling

Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van zware mishandeling. Het hof had echter nagelaten om de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht in mindering te brengen op de straf, zoals vereist volgens art. 27 Sr Pro.

Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat terecht klaagde over deze nalatigheid. Uit het dossier bleek dat verdachte van 21 maart 2007 13:20 uur tot 22 maart 2007 18:00 uur in verzekering was gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verzuim moest herstellen en de tijd in voorlopige hechtenis alsnog in mindering moest brengen.

De Hoge Raad vond geen gronden om het arrest ambtshalve te vernietigen en beperkte zich tot het corrigeren van het verzuim. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Hiermee werd bevestigd dat de wettelijke regeling omtrent aftrek van voorarrest strikt moet worden nageleefd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het niet toepassen van aftrek van voorlopige hechtenis en beveelt deze aftrek alsnog toe te passen.

Conclusie

Nr. 09/01883
Mr. Silvis
Zitting 7 december 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Verdachte is bij arrest van 24 april 2009 door het gerechtshof te Arnhem wegens "medeplegen van zware mishandeling" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij op de wijze als weergegeven in het arrest.
2. Namens verdachte heeft mr. M.L. Plas, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt terecht dat het hof in strijd met art. 27 Sr Pro heeft nagelaten te bepalen dat de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 21 maart 2007 om 13:20 uur in verzekering is gesteld en op 22 maart 2007 om 18:00 uur is heengezonden. Het middel is dus gegrond. De Hoge Raad kan dat verzuim herstellen door te doen wat het hof had behoren te doen.(2)
4. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover daarbij is verzuimd ter zake van de in verzekering doorgebrachte tijd art. 27, eerste lid, Sr toe te passen. De Hoge Raad kan bevelen dat de tijd die door de verdachte in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaken 09/01884 en 09/03969 waarin ik heden eveneens concludeer.
2 Bijv. HR 29 juni 2010, LJN BM4428 en HR 20 januari 2009, LJN BG5563.