ECLI:NL:HR:2010:BL5555
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn navorderingsaanslag bij faillissement en bekendmaking aan curator
Belanghebbende was failliet verklaard toen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2002 werd opgelegd. Het aanslagbiljet werd door de ontvanger aan de curator van belanghebbende verzonden. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen deze aanslag niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De Rechtbank Leeuwarden oordeelde echter dat het bezwaar wel ontvankelijk was en verwees de zaak terug naar de Inspecteur voor inhoudelijke behandeling. Het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beantwoordde de vraag of de bezwaartermijn aanvangt bij toezending van het aanslagbiljet aan de curator in geval van faillissement. Gelet op de wettelijke bepalingen in de Faillissementswet en de Algemene wet bestuursrecht, oordeelde de Hoge Raad dat de bekendmaking rechtsgeldig plaatsvindt door toezending aan de curator, waardoor de bezwaartermijn vanaf dat moment loopt. Het bezwaar dat na afloop van deze termijn werd ingediend, was derhalve niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees geen proceskosten toe. Hiermee werd bevestigd dat de procedurele regels omtrent bezwaartermijnen bij faillissement strikt worden toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de bezwaartermijn aanvangt bij toezending van het aanslagbiljet aan de curator.