ECLI:NL:HR:2010:BL1711
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid onderzoek vervoermiddel op verboden wapens volgens art. 51 WWM
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor het bezit van verboden wapens en munitie. Op 10 november 2007 werd verdachte als passagier in een auto gecontroleerd door de politie, die de auto tot stilstand bracht en onderzocht op grond van art. 51 WWM Pro. Hierbij werden vuurwapens en munitie aangetroffen.
De verdediging voerde een bewijsuitsluitingsverweer aan omdat het onderzoek onrechtmatig zou zijn geweest. Het hof oordeelde echter dat de politie op basis van jarenlange ervaring met jongeren die in de maanden november en december op zaterdagochtend vanuit Duitsland vuurwerk en gaspistolen meenemen, en het zien van een witte plastic tas in de auto, redelijkerwijs aanleiding had om de auto te onderzoeken. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
De Hoge Raad benadrukte dat de bevoegdheid tot onderzoek op grond van art. 51 WWM Pro slechts kan worden uitgeoefend indien een concrete aanleiding bestaat om te veronderstellen dat de wet wordt of dreigt te worden overtreden. Het hof had dit terecht toegepast en het onderzoek was daarmee rechtmatig. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat ondanks overschrijding van de redelijke termijn voor cassatie, gezien de opgelegde taakstraf en de mate van overschrijding, geen rechtsgevolgen aan deze termijnoverschrijding verbonden hoeven te worden.
Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het politieonderzoek was rechtmatig en het bewijs toereikend voor veroordeling.