ECLI:NL:HR:2010:BL1485
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert geldboete en vervangende hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte voerde aan dat het hof ten onrechte niet had beslist op het verweer van overschrijding van de redelijke termijn, terwijl het OM niet voortvarend had gehandeld en de termijn van berechting meer dan vier jaar bedroeg.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof op straffe van nietigheid een met redenen omklede beslissing had moeten geven op dit verweer, maar dit niet had gedaan. Daarom werd het middel gegrond verklaard. Om doelmatigheidsredenen besloot de Hoge Raad zelf de zaak af te doen, waarbij werd aangenomen dat de redelijke termijn was overschreden zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad verminderde de opgelegde geldboete van € 200,- naar € 100,- en de duur van de vervangende hechtenis van een onbekend aantal dagen naar 2 dagen. Voor het overige werd het beroep verworpen. Hiermee werd het arrest van het hof vernietigd voor zover het de strafoplegging betrof en werd de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting van dat onderdeel.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete en vervangende hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn en vernietigt het arrest voor zover het de strafoplegging betreft.