ECLI:NL:HR:2010:BK3429
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt tenuitvoerlegging gevangenisstraf in plaats van taakstraf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin het hof de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde werkstraf van 40 uur gelastte door een gevangenisstraf van twee weken op te leggen. De verdachte had tijdens de proeftijd een nieuw strafbaar feit gepleegd, waardoor het Openbaar Ministerie vorderde dat de taakstraf ten uitvoer zou worden gelegd.
Het hof wees deze vordering toe, maar legde in plaats van de werkstraf een gevangenisstraf op, hetgeen volgens de Hoge Raad niet is toegestaan op grond van artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht. De wet biedt namelijk niet de mogelijkheid om een vrijheidsstraf op te leggen in plaats van een taakstraf bij de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de gevangenisstraf betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De rest van het beroep werd verworpen. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, maar dat dit geen rechtsgevolgen had gezien de opgelegde straf en de mate van overschrijding.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 19 januari 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.