ECLI:NL:HR:2010:BG5375
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaarschrift tegen grondwaterbelasting en recht op infiltratieaftrek
Belanghebbende, een watervoorzieningsbedrijf, betaalde grondwaterbelasting over oktober en november 2003 en maakte bezwaar tegen deze betalingen. De Rechtbank te Breda gaf belanghebbende deels gelijk, maar het Hof verklaarde het bezwaar tegen november 2003 niet-ontvankelijk wegens voortijdige indiening en wees het bezwaar tegen oktober 2003 toe.
De Hoge Raad stelde vast dat een bezwaarschrift dat vóór de wettelijke termijn is ingediend toch ontvankelijk kan zijn indien het is verzonden op of na de datum van aangifte of betaling, omdat de indiener dan een duidelijke voorstelling van het bezwaar heeft. Het Hof had ten onrechte het bezwaar tegen november 2003 niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast oordeelde het Hof terecht dat belanghebbende geen recht heeft op infiltratieaftrek omdat de verleende vergunning uitsluitend betrekking heeft op onttrekking van grondwater en niet op infiltratie. De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof over de ontvankelijkheid en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar het Hof, terwijl het oordeel over de infiltratieaftrek in stand bleef.
De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het oordeel over ontvankelijkheid vernietigd en de zaak terugverwezen.