ECLI:NL:HR:2009:BC1585
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting intracommunautaire verwerving tandprothesen bevestigd
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1999-2002, welke na bezwaar werd gehandhaafd door de Inspecteur. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag, met het oordeel dat de intracommunautaire verwerving van tandprothesen vrijgesteld is van omzetbelasting.
De Minister van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad onderzocht of de vrijstelling van omzetbelasting voor intracommunautaire verwerving van tandprothesen op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Uitvoeringsbeschikking terecht was toegekend.
De Hoge Raad oordeelde dat de Uitvoeringsbeschikking onrechtmatig was voor zover tandprothesen niet waren opgenomen in de lijst van goederen waarvan intracommunautaire verwerving is vrijgesteld, terwijl de Wet zelf deze vrijstelling zonder voorbehoud verleent. De staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten en het beroep van de Minister werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling van omzetbelasting voor intracommunautaire verwerving van tandprothesen bevestigd.