ECLI:NL:HR:2008:BG4256
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over loonbelasting naheffingsaanslag bij niet-genoten loonbestanddeel
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een boete opgelegd voor de jaren 1999 tot en met 2001. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de boetebeschikking, maar handhaafde de naheffingsaanslag. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte aannam dat artikel 13a, lid 2, Wet LB 1964 ook van toepassing is op situaties waarin loonbestanddelen niet worden genoten.
De arbeidsovereenkomst tussen belanghebbende en D, een arbeidsgehandicapte, bevatte een clausule waarin werd afgesproken dat D geen aanspraken zou maken op bepaalde subsidies en vergoedingen. Belanghebbende had het ziekengeld dat zij ontving vanwege D niet doorbetaald en niet als loon verwerkt.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom D niet als gewone werknemer moest worden aangemerkt en dat het hof onterecht had aangenomen dat D financieel betrokken was bij de onderneming. Daarnaast benadrukte de Hoge Raad dat artikel 13a, lid 2, Wet LB 1964 niet ziet op situaties waarin loonbestanddelen geheel niet worden genoten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.