ECLI:NL:HR:2013:166

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
24 juli 2013
Zaaknummer
12/04341
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging boetebeschikking loonbelasting na naheffingsaanslag

Belanghebbende, [X] B.V., kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de periode 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001, inclusief een boetebeschikking. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en boete. Het Gerechtshof Arnhem verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boetebeschikking maar handhaafde de aanslag.

De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak in 2008 en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Dit Hof vernietigde wederom de boetebeschikking en handhaafde de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde tegen deze uitspraak opnieuw cassatieberoep in met vier middelen.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, waarmee de vernietiging van de boetebeschikking definitief is.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, waarmee de vernietiging van de boetebeschikking definitief is.

Uitspraak

12 juli 2013
nr. 12/04341
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Hertogenboschvan 2 augustus 2012, nr. 08/00703, betreffende een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Het geding in feitelijke instantie

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede een boete.
De naheffingsaanslag en de boetebeschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
Het Gerechtshof te Arnhem heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boetebeschikking vernietigd.

2.Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 14 november 2008, nr. 42601, LJN BG4256, BNB 2009/37, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boetebeschikking vernietigd.

3.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden.
Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.