ECLI:NL:HR:2008:BF3941
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatie wegens onvoldoende klachten tegen bestreden beslissing
Eiser werd door verweerder gedagvaard wegens een boetebeding in een koopovereenkomst. De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling van een bedrag inclusief rente, terwijl de vordering in reconventie werd afgewezen. Eiser ging in hoger beroep, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De cassatieprocedure werd gekenmerkt door het niet verschijnen van verweerder, tegen wie verstek werd verleend. De advocaat-generaal adviseerde tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet voldeed aan de vereisten, omdat het geen begrijpelijke klachten tegen de bestreden beslissing bevatte.
Daarom werd het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk verklaard en werd eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, met nihil aan de zijde van verweerder. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren op 21 november 2008.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens onvoldoende klachten tegen het bestreden arrest.