ECLI:NL:PHR:2008:BF3941

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/135HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende gemotiveerde klachten

Eiser heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage waarin het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. De rechtbank had eiser veroordeeld tot betaling van een boete en buitengerechtelijke kosten aan verweerder op grond van een koopovereenkomst. Verweerder is in cassatie niet verschenen, en verstek is verleend.

Het cassatieberoep bevatte een reeks middelen die niet duidelijk waren in hun strekking en onvoldoende precisie boden over welke beslissingen of overwegingen van het hof werden bestreden. De Hoge Raad benadrukt dat rechtsklachten en motiveringsklachten met voldoende bepaaldheid en precisie moeten aangeven welke beslissing onjuist is en waarom, conform vaste jurisprudentie.

Omdat de klachten in de cassatiedagvaarding niet aan deze eisen voldeden, werd eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot niet-ontvankelijkheid van eiser.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gemotiveerde klachten.

Conclusie

Rolnr. C07/135HR
Mr L. Strikwerda
Zt. 26 sept. 2008
conclusie inzake
[Eiser]
tegen
[Verweerder]
Edelhoogachtbaar College,
1. Eiser tot cassatie, hierna: [eiser], heeft (tijdig) beroep in cassatie ingesteld tegen het tussen hem als appellant en verweerder in cassatie, hierna: [verweerder], als geïntimeerde gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 27 oktober 2006.
2. Bij het bestreden arrest bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 augustus 2003 waarbij [eiser] werd veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van de in een tussen partijen gesloten koopovereenkomst inzake een appartement overeengekomen boete ad Euro 6.600,- plus Euro 780.- aan buitengerechtelijke kosten met de wettelijke rente, en waarbij een door [eiser] ingestelde reconventionele vordering werd afgewezen.
3. [Verweerder] is in cassatie niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
4. Het cassatieberoep berust op een reeks met X, IJ en Z, en met A t/m L aangeduide middelen, die vergezeld gaan van c.q. worden voorafgegaan door enige aan de Hoge Raad gestelde rechtsvragen. De strekking van de voorgestelde middelen is mij niet duidelijk geworden. De middelen beogen kennelijk te klagen over rechtsschending en schending van de motiveringsplicht door het hof, maar niet wordt aangegeven tegen juist welke overwegingen of beslissingen van het hof de klachten zich richten en op welke gronden.
5. Aangezien zowel voor de wederpartij als voor de rechter kenbaar moet zijn waarover het debat in cassatie gaat, behoort een rechtsklacht met bepaaldheid en precisie aan te geven welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden, en behoort een motiveringsklacht met bepaaldheid en precisie aan te geven welke beslissing of overweging gebrekkig is gemotiveerd en waarom. Zie HR 12 januari 2007, RvdW 2007, 89, LJN AZ2041. Zie voorts Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen (2005), nr. 143.
6. De in de cassatiedagvaarding aangevoerde klachten voldoen niet aan deze eisen. [Eiser] kan derhalve naar mijn oordeel in zijn cassatieberoep, nu dit geheel berust op middelen die niet voldoen aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 Rv Pro te stellen eisen, niet worden ontvangen.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,