ECLI:NL:PHR:2013:BY7841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beveelt voortzetting procedure verzoekschrift na verkeerde procesinleiding in afwikkeling huwelijkse voorwaarden
Partijen, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van huwelijksgoederengemeenschap en een periodiek verrekenbeding, zijn gescheiden. De vrouw vordert herziening van het bedrag dat zij aan de man moet betalen in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De procedure werd onjuist ingeleid met een dagvaarding in plaats van een verzoekschrift, terwijl cassatie in verzoekschriftprocedure had moeten plaatsvinden.
De Hoge Raad past de wisselbepaling van artikel 69 Rv Pro toe en beveelt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. De man is niet verschenen en verstek is verleend. De Hoge Raad bepaalt dat de griffier afschriften van de dagvaardingsexploten en het arrest aan de man moet toezenden, zodat hij alsnog een verweerschrift kan indienen.
De conclusie benadrukt dat de omzetting van de procedure geen niet-ontvankelijkheid tot gevolg heeft, mits er geen sprake is van misbruik. De man verliest door de omzetting het recht op verzet tegen verstek en de mogelijkheid tot zuivering van het verstek zolang de Hoge Raad nog geen eindarrest heeft gewezen. De procedure wordt aldus voortgezet met inachtneming van de procesrechtelijke waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de procedure volgens de verzoekschriftprocedure en regelt procesrechtelijke waarborgen voor de verweerder.