ECLI:NL:HR:2008:AZ4366
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beperking van aftrek valutaverlies bij buitenlandse deelneming in strijd met vrijheid van kapitaalverkeer
Belanghebbende, houder van een minderheidsbelang in een Tsjechische vennootschap, bracht rentekosten en een valutaverlies in aftrek op haar Nederlandse vennootschapsbelasting. De Inspecteur wees deze aftrek af en het hof verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de toepassing van de vrijheid van kapitaalverkeer.
De Hoge Raad oordeelde dat de valutaregeling die negatieve valutaresultaten op leningen ter financiering van buitenlandse deelnemingen uitsluit van aftrek, een belemmering vormt van de vrijheid van kapitaalverkeer zoals beschermd door artikel 56 EG Pro. Deze regeling valt niet onder de stand-stillclausule van artikel 57 EG Pro, omdat zij een nieuwe beperking inhoudt die niet reeds op 31 december 1993 bestond.
De Hoge Raad verwierp de argumenten van de Minister dat de regeling gerechtvaardigd zou zijn door het belang van de monetaire unie of het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse deelnemingen. Ook het beroep op de Europa-Overeenkomst met Tsjechië slaagde niet, omdat de lening zelf geen directe investering was en de regeling geen belemmering vormt voor verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans.
Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij tevens de proceskosten aan de zijde van belanghebbende worden toegewezen. De klachten tegen de weigering van aftrek van rentekosten worden afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug wegens strijd met artikel 56 EG inzake vrijheid van kapitaalverkeer.