ECLI:NL:PHR:2008:AZ4366
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aftrekbeperking deelnemingskosten bij minderheids- en meerderheidsdeelnemingen in derde landen in het licht van EG-Verdrag en Associatieovereenkomst met Tsjechië
Deze conclusie betreft twee zaken van Nederlandse vennootschappen met deelnemingen in Tsjechische vennootschappen, waarbij de aftrekbaarheid van rente en valutaverliezen op leningen voor die deelnemingen centraal staat. De belanghebbenden betogen dat de aftrekbeperking van artikel 13, lid 1, Wet Vpb (oud) in strijd is met het vrije kapitaalverkeer zoals gewaarborgd in de artikelen 56-58 EG-Verdrag en in artikel 61 van Pro de Associatieovereenkomst met Tsjechië.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de standstill-bepaling van artikel 57, lid 1, EG-Verdrag de aftrekbeperking legitimeert voor beperkingen die reeds bestonden op 1 januari 1994, waaronder de renteaftrekbeperking, maar niet voor de valutaregeling die pas in 1997 werd ingevoerd. De vraag of de valutaregeling een belemmering vormt voor het vrije kapitaalverkeer is niet eenduidig beantwoord en prejudiciële vragen aan het HvJ EG worden aanbevolen.
Daarnaast wordt besproken of de vestigingsvrijheid of het kapitaalverkeer van toepassing is bij meerderheidsdeelnemingen in derde landen, waarbij onduidelijkheid bestaat over verdringing van rechten. Ook de directe werking en reikwijdte van artikel 61 van Pro de Associatieovereenkomst worden geanalyseerd, met nadruk op de betekenis van 'verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans' en de vraag of financieringskosten hieronder vallen.
Ten slotte wordt het beroep op discriminatieverboden uit het EVRM en IVBPR verworpen omdat intra-EG- en derdelandensituaties niet als gelijke gevallen worden beschouwd. De conclusie benadrukt de noodzaak van prejudiciële vragen aan het HvJ EG om de onduidelijkheden over de toepassing van vrijheden in derdelandensituaties te verduidelijken.
Uitkomst: De renteaftrekbeperking die reeds bestond op 1 januari 1994 is verenigbaar met het EG-recht, maar de valutaregeling vereist prejudiciële toetsing aan het HvJ EG.