ECLI:NL:HR:2007:BB9613
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling te late overlegging financiële bescheiden in alimentatieprocedure
In deze zaak verzocht de man de rechtbank Amsterdam om echtscheiding van de vrouw uit te spreken en werd de alimentatie vastgesteld. De rechtbank bepaalde een partneralimentatie van €1.000 per maand zolang de vrouw salaris ontving van haar werkgever, en €2.140 per maand daarna. De man stelde in hoger beroep dat hij onvoldoende draagkracht had voor deze bijdrage. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, mede omdat de man niet tijdig en niet volledig financiële bescheiden had overgelegd.
De man diende op 8 september 2006 stukken in, maar deze werden op de dag van ontvangst door de griffie aan hem geretourneerd, zodat hij deze niet kon gebruiken bij de mondelinge behandeling op 13 september 2006. Het hof had volgens de Hoge Raad echter niet beoordeeld of deze stukken kort en eenvoudig te doorgronden waren, dan wel of de wederpartij bezwaar had tegen de late overlegging, zoals vereist op grond van art. 5 lid 5 van Pro het Uniform Reglement van de gerechtshoven voor rekestprocedures.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze beoordeling en het onderzoek naar bezwaar van de wederpartij had moeten verrichten en dat het ontbreken hiervan leidt tot vernietiging van het arrest. De zaak wordt verwezen naar het hof voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee wordt benadrukt dat bij te late overlegging van stukken in hoger beroep een zorgvuldige afweging moet plaatsvinden, waarbij het belang van een goede procesorde en de rechten van partijen worden gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.