ECLI:NL:HR:2007:BA6756
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling fideï-commis de residuo en compensatie wegens overbedeling in erfrecht
In deze zaak staat de afwikkeling van een fideï-commis de residuo onder het oude erfrecht centraal. De bezwaarde, overleden vóór 2003, had de verplichting om het fideï-commissaire vermogen gescheiden te administreren en na haar overlijden moest het restant aan de verwachter worden uitgekeerd. De kern van het geschil betreft de vraag of de betaling van een vordering wegens overbedeling uit het fideï-commissaire kapitaal heeft geleid tot zaaksvervanging, waardoor het verworven aandeel in een woning tot het fideï-commissaire vermogen behoort.
De rechtbank en het hof oordeelden dat sprake is van zaaksvervanging, omdat de bezwaarde het aandeel van haar broer in de woning heeft verworven met middelen uit het fideï-commissaire kapitaal. De eiser voerde aan dat de betaling slechts een tijdelijke opname was en dat de zuster het bedrag later uit haar vrije vermogen heeft terugbetaald, en dat de scheiding en deling van de woning terugwerkende kracht heeft volgens art. 1129 BW Pro oud, waardoor zaaksvervanging niet aan de orde zou zijn.
De Hoge Raad verwierp deze argumenten. Hoewel de scheiding en deling terugwerkende kracht heeft, staat dit niet in de weg aan de kwalificatie van de verkrijging als zaaksvervanging. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het aandeel in de woning, gefinancierd uit het fideï-commissaire kapitaal, tot dat vermogen behoort. Het cassatieberoep faalt en de Hoge Raad bevestigt het arrest van het hof, waarbij de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot betaling van de helft van de opbrengst van de woning aan verweerder blijft in stand.